Een wandeling door Heuvel
Toen onlangs een van mijn kinderen met zijn vrouw op bezoek kwam vielen hem de
hoge torenkranen op bij de bouwwerken aan de Dirk Hartogstraat. Die waren at van
verre zichtbaar en dominant aanwezig. Hij vroeg naar de ontwikkelingen in de wijk
waaruit hij al zo lang geleden vertrokken was. Al pratende wilde hij zijn vrouw
wel eens de schoot laten zien, waar de basis gelegd was voor zijn opleiding. Wij
besloten een wandeling door de wijk te maken om alle veranderingen welke in de
loop der jaren gerealiseerd waren te bekijken. Ik woon al sinds 1956 in de Heuvel
en voor mij zijn die ontwikkelingen heel geleidelijk gegaan. Maar iemand die hier
geboren is en opgegroeid. Kijkt na dertig jaar met heel andere ogen naar de huidige
situatie.
Ik herinner mij nog dat toen ik in 1953 voor het eerst in de wijk kwam, de werklieden
nog bezig waren met de bestrating rond de twee winkelstrips op het Dr. Struyckenplein.
Vanuit het hete land kwamen stedenbouwkundigen en bestuurders kijken hoe in Breda
in een geheel nieuwe wijk een voorzieningencentrum werd opgezet. Voor die tijd erg
gedurfd en modern. Later is men daar wel anders over gaan denken en kregen
uitdrukkingen als winderig, kaal en ongezellig de overhand. In afgelopen jaren
zijn daarvoor al heel wat suggesties en plannen gelanceerd, maar aan uitvoering
kwam men niet toe.
Daarnaast was er ook maatschappelijk een ontwikkeling gaande van de kleine
buurtwinkel naar supermarkten, die met een steeds breder assortiment en zelfbediening
nieuwe tijden aankondigden. Een soortgelijke gang van zaken was ook duidelijk
merkbaar aan het meer westelijk in de wijk gelegen subcentrum aan het Mgr. Nolensplein.
Een mooi overzichtelijk en welhaast dorps aandoend pleintje. Aan één zijde gedomineerd door de monumentale voorgevel van de kerk, was het een verzameling van bakkers, slagers, kruideniers en andere kleine zelfstandigen, die samen de noodzakelijke voorzieningen voor het dagelijks teven aanboden. Waar de eigenaar, of zijn vrouw, zelf achter de toonbank stond en waar men elkaar en de klanten kende en mede daardoor een sterk gevoel van betrokkenheid en saamhorigheid ontstond. Op beide pleinen zijn de kleine winkels nagenoeg verdwenen wat, hoewel begrijpelijk, door velen toch als een gemis ervaren werd. Het is best spannend om te zien hoe de situatie op beide pleinen zich in de toekomst gaat ontwikkelen.
Zoals de meeste bewoners in die vijftiger jaren, waren ook wij van thuis uit gewend
om op zondag naar de kerk te gaan. Op de eerste zaterdag na de verhuizing dus maar
even met de pastorie gebeld, hoe laat de zondagvieringen waren. Die eerste kennismaking
met de parochie maakte wet indruk. Op de eerste plaats door de sobere, maar toch
fraaie en markante bouw van de kerk, welke ook een schepping bleek te zijn van
Prof. Ir Granpré Molière, de befaamde stedenbouwkundige die ook het grootste deel
van de nieuwe wijk Heuvel ontworpen had. Het gebouw week nogal af van de traditionele
kerkenbouw uit de vooroorlogse jaren. Maar ook de ontmoeting met de gemeenschap
was aangenaam. De huizen in die nieuwe wijk werden voornamelijk bewoond door jonge
gezinnen. Mensen die met elkaar gemeen hadden in ongeveer dezelfde fase van hun
teven te verkeren. De tijd om kinderen te krijgen en op te voeden en met veel energie
en vitaliteit aan hun toekomst te werken. Om de gemeenschap welke door de tweede
wereldoorlog zo ontredderd was, weer op te bouwen en vorm en inhoud te geven. Hoe
dan ook, het was een warm welkom voor ons. Die situatie bepaalde ook het beeld van
de wijk. In dé kortste keren kwamen er maar liefst zes lagere scholen en de kleuterschool
had tien klassen. In meerdere wijken en straten werden kinderverenigingen opgericht
om met de beperkte middelen van die tijd toch leuke dingen te doen. Zo organiseerde
men zelf de ontspanning. Kortom, het was goed leven in de Heuvel.
Maar de tijden veranderden. Mensen maakten promotie en verhuisden naar grotere en
comfortabeler woningen elders in de stad. Er kwamen mensen uit vooral mediterrane
landen om hier een betere toekomst op te bouwen. De oorspronkelijke bewoners werden
ouder en minder ambitieus. Zoals overal in West-Europa nam ook hier de ontkerkelijking
toe. Had in 1952 nog een pastoor en drie kapelaans de zorg voor het geestelijk
welzijn, nu is het een hele opgave voor de gemeenschap om de middelen voor één
pastor op te brengen. Mensen werden mondiger en bepaalden zelf wel hoe te leven.
Het accepteren van gezag is niet meer. Vanzelfsprekend in deze tijd en alvorens
naar de dokter te gaan, heeft men zelf al op internet nagezocht wat er loos is.
Dat wil niet zeggen dat er geen geloof meer is, maar men wil zelf wel bepalen,
hoe daaraan vorm te geven. De traditionele volkskerk van vroeger, met vier keer
een volle kerk op zondagmorgen, is voor onze streken wel voorgoed voorbij. Toch
blijven mensen met vragen over doel en bestemming in hun leven en vooral jongvolwassenen
zijn zoekende naar zin en inhoud.
Het toenmalige parochiebestuur onderkende deze tijdsverschijnselen en spande zich
in om een oplossing te vinden voor de te grote en dus te dure kerk. Enerzijds was
men van mening dat de kerk in de Heuvel moest blijven, zij het misschien wat
kleinschaliger en bescheidener dan voorheen. Anderzijds voelde men zich ook
verantwoordelijk voor het culturele erfgoed van een uniek gebouw, wat qua stijl
en ligging onlosmakelijk verbonden was met de omringende wijk. Deze zienswijze
vond in 2008 erkenning en bekroning door de aanwijzing van dit kerkgebouw tot
rijksmonument als exponent van de naoorlogse wederopbouwperiode.
Jarenlang werden er plannen gemaakt, overleg gevoerd met gemeente en bisdom, gesproken
met woningcorporaties, architecten, projectontwikkelaars, stedenbouwkundigen en
mogelijke gegadigden, maar een passende oplossing bleek niet eenvoudig. Intussen
was de vijftigjarige wijk wel aan een grondige renovatie en opknapbeurt toe. De
meeste schoolgebouwen waren afgebroken of kregen een andere bestemming. Een groot
aantal woningen tussen Talmastraat en Van Slingelandtstraat bleek niet meer aan
moderne eisen te voldoen en werden vervangen door een mix van huur en koopwoningen,
hetgeen ook invloed kreeg op de bevolkingssamenstelling. Op de hoek van de Talmastraat en de Heemskerkstraat was een passend complex met seniorenwoningen verrezen. Ook de rommelige strook grond tussen Talmastraat en Graaf Engelbertlaan werd in de plannen betrokken en naast een klein wijkje gezinswoningen werden de eerste contouren zichtbaar van wat grootschaliger woonvormen.
Binnen de algehele vernieuwingsplannen ontstond ook de behoefte aan een betere
centrale gemeenschapsvoorziening. De gemeente besloot daartoe het gebouw van de
kerk te kopen om het na een noodzakelijke en ingrijpende verbouwing als Huis van
de Heuvel verder te doen gaan. Behalve als gemeenschapshuis zouden ook een
consultatiebureau, opbouwwerk, naschoolse kinderopvang, wijkwerk, ouderenwerk en
andere voorzieningen er een plaats kunnen vinden. De Kerkgemeenschap was er
gelukkig mee dat daardoor het unieke gebouw voor de huidige bewoners en voor
komende generaties behouden zou blijven. Voor de eigen behoefte kon de parochie
uitwijken naar een leegstaand winkelpand op het plein, wat na grondige verbouwing
en aanpassing getransformeerd werd tot een fraaie en functionele gebedsruimte met
ontmoetingsfunctie. Mede door de komst van nieuwe woningen werd ook de behoefte
aan een schoolgebouw weer actueel en werden er plannen ontwikkeld om aan de zuidzijde
van het oude kerkgebouw een zogenaamde brede school te realiseren. Dit alles zou
er mede toe moeten bijdragen om het Mgr. Nolensplein weer zijn oorspronkelijke
centrumfunctie van levendig hart en gezellige ontmoetingsplaats terug te geven.
Zo werd een spontaan ontstane zondagmiddagwandeling door de wijk tot een reeks van
bespiegelingen, van plannen en verwachtingen. Maar ook van ontmoetingen en
herinneringen aan geluk, vriendschappen en gemeenschapszin. Kortom aan een wijk
met toekomst waarin het goed leven was en waarin wij het grootste deel van ons
leven mochten doorbrengen en waarvan wij deel mochten uitmaken.
Wim Snoeren
|