Oude beroepenGoede, oude tijdIn de 'goede', oude tijd waren er beroepen die je nu bijna nergens meer tegenkomt. Ik denk aan een melkboer of aan de bakker. Met een handkar, bakfiets of soms met een (pony)paard en wagen gingen zij langs de deuren. "Huis aan huis bezorgen" werd dat genoemd. Bij tij en ontij oftewel bij mooi en bij slecht tot zeer slecht weer gingen de stalen wielbanden over de keien. Zij gingen hun waren "uitventen", zo noemde men dat. Na dat een aantal jaren te hebben gedaan, was je gehard om in het koude weer te kunnen lopen zonder extra dikke jassen, die waren te hinderlijk. Het beginEr was er één die juist als het weer koud en nat was, de straat op moest om
zijn waren af te leveren bij de mensen. Dat was de olieman. Hij kwam met zijn kar
aan de deur om ervoor te zorgen dat het binnen in de andere kamers, waar de
kolenkachel niet stond, warm was. Of dat het vlees lekker gaar kon sudderen of
de peertjes lekker rood stoven op een één-, twee- of driepits oliestel. Die
gaven een heel speciale geur in huis waardoor je de ouderwetse kookkunst kon
herkennen. ![]() Die bussen heetten eigenlijk jerrycans en kwamen overgewaaid uit Duitsland. Vooral in de oorlog waren die ontwikkeld tot handige kannen om extra brandstof mee te nemen op de militaire voertuigen. Later kwamen daar tankwagens voor in de plaats. Dat waren bestelauto's waar op de laadbak een opzettank was vastgeschroefd. Daarin kon meer olie mee. De olieman kon die olie in het vat doen door een slang uit te rollen en dan de olie met een pomp in de tank te spuiten. Mijn beroepHierboven schreef ik al dat ook ik daar mijn brood mee verdiende. Hoewel het
in die tijd voor een beginnende olieman meer wind dan brood was, wat hij binnenkreeg.
Klagen deed ik niet, ik was vrij en eigen baas, kon ervan rondkomen en zag ook
dat mijn omzet jaarlijks stevig verdubbelde. Dus de toekomst zou er goed uitzien.
Voor mij hadden we een tankwagen aangeschaft. ![]() De vroegere olieman met hondekar Het einde naderbijDit is blijven duren tot 1969, toen kwam de regering met aardgas op de proppen en gingen de klanten snel een gaskachel kopen. Minder vies, minder gesjouw en toch ook wel aardig warm. Hoewel velen klaagden dat de warmte niet zo lekker was als die van de kolen- of oliekachels. Gelijk daarmee kwam er een nieuwe wet op het vervoer van gevaarlijke stoffen en de wet schaarde daar ook de oliewagens onder. Ik moest dus gaan uitzien naar een nieuwe tankauto en dat was erg duur. Ach, aan de Spoorstraat was Kolen- en oliehandel Looman en die had een tankwagen staan, die over was. Dus die maar eens bellen. Nou, dat was gelijk raak. Ik kocht geen tankwagen maar Looman kocht mijn hele handel op en ik kon naar een andere baan uitkijken. Simon Noot
|