Oud Heuvel in den beginne
Heuvel
In de oude geschreven bronnen wordt Heuvel al omstreeks 1425 genoemd onder de
naam Hovel. Waar die naam vandaan komt is niet met zekerheid te zeggen. Er zijn
verschillende theorieën. Op oude topografische kaarten staan geen opvallende
hoogteverschillen.
Slechts in de omgeving van de Mastbosstraat zijn enkele kleine verhogingen
aangegeven op een kaart uit 1904. Dit is overigens geen bewijs
dat er gevestigde boerderijen waren, immers ook namen die doen vermoeden dat er van
enig hoogteverschil sprake is geweest nl. Scharenburg en De Kleiberg.
De naam Kleiberg wordt al vermeld in 1594.
Anders dan in Oosterhout, Den Hout of Tilburg ligt er in vorige eeuwen ook geen
plein dat de naam Heuvel draagt.
Agrarisch gebied.
Het agrarische gebied, het huidige Heuvelkwartier, telde verschillende boerderijen,
destijds Hoven genaamd. Zou De Hovel een verbastering zijn van Hoven? Het gebied
rond de huidige Flierstraat werd voorheen ook wel Eindhoven genoemd.
Hoven - boerderijen aan het einde van de bewoonde wereld. Deze naam is langzamerhand
buiten gebruik geraakt. Het gebied tegen de Mastbosstraat aan werd vroeger aangeduid
als De Vloed. Ook deze gehuchtnaam heeft het niet vol kunnen houden tegen de naam Heuvel.
In 1845 stonden er in de gehuchten Heuvel, Eindhoven en Vloed bij elkaar 36 huizen
met 235 inwoners.
Verbindingsweg
Tussen Breda en het dorp Princenhage liep in 1474 een verbindingsweg, toen de
Haeghstrate genaamd. In 1683 werd deze weg verhard, voor die tijd een revolutionaire
sprong vooruit want deze was één van de eerste steenwegen buiten de bebouwde kom in
Nederland! Sinds die tijd werd de weg algemeen aangeduid als de Steenweg.
De Haagweg was in de vorige eeuw beplant met hoge opgaande bomen. Het aangename lommer
lokte vele wandelaars uit Breda hierheen. Aan de Haagweg stonden enkele herbergen en
theekoepeltjes. De oude herberg De Bloemkool (tussen de Oosterstraat en Verbeetenstraat)
en het voormalige buitengoed Zuilen, nu kerkhof, herinneren hier nog aan.
Luchtfoto 1 Heuvel in 1933
Luchtfoto 2 Heuvel in 1933
Oud Heuvel Boerenland
Het grondgebied van de wijk Heuvel viel tot januari 1942 onder gemeente
Princenhage. Voordat in 1949 begonnen werd met de bouw van het huidige Heuvelkwartier,
vonden we hier akkers en boerderijen. In het noorden werd Heuvel begrensd door de
Haagweg, in het oosten door de Oranjeboomstraat, het zuiden door de Talmastraat
(deze was tot 1951 ook voor een deel Oranjeboomstraat) en in het westen door de
Mastbosstraat.
Het gebied werd doorsneden door slechts enkele weggetjes: de Heuvelstraat, de
Molenstraat of Lage Weg (nu Oosterstraat geheten) en de Flierstraat.
De Flierstraat liep oorspronkelijk door naar de Oranjeboombrug en vormde een
onderdeel van de weg van Princenhage naar Ginneken. De bebouwing die er was,
bevond zich langs voornoemde straten.
Uitzonderingen.
Daar waren twee uitzonderingen op:
de boerderijen Scharenburg, genoemd naar een vroegere eigenaar Frans van Scharenborch,
gelegen ter hoogte van de huidige Scharenburgstraat en de Kleiberg, gelegen op het huidige
Dr. Struyckenplein, al vermeld in 1594. De naam Kleiberg is nog lang bewaard gebleven in de
naam van het ontmoetingscentrum aan de Dr. Struyckenstraat, dat medio de negentiger jaren
gesloopt is om plaats te maken voor de Brede Aa.
Huidige Oranjeboomstraat.
De huidige Oranjeboomstraat, inclusief Talmastraat, was vanouds de doorgaande weg van
Breda via Rijsbergen naar Antwerpen. In 1811 zijn er nog plannen geweest om dwars door
Heuvel een nieuwe weg, de Napoleonsweg, aan te leggen, de voorloper van de A16,
zeg maar, onderdeel van de route Parijs - Amsterdam over Antwerpen en Breda. Deze weg
is er nooit gekomen, gelukkig maar.
Vanaf 1870 werden de vestingswallen van Breda geslecht. Op vrijgekomen gronden werden
nieuwe straten aangelegd: de singelring en Brede boulevards als de Nieuwe Haagdijk
en het begin van de Haagweg. De gemeentegrens van Breda viel echter tot 1927 samen met
de buitengrens van de voormalige vestingwerken. Vlak buiten deze grens
begon op het grondgebied van de gemeente Princenhage al gauw een ordeloze fabrieks- en
arbeidersbuurt te ontstaan met smalle straten: de wijk Duitenhuis
met de Kolfbaanstraat, de Duitenhuisstraat, de Vestkant en de Tolsteeg.
Bewonersverhaal uit de tijd voor de bouw van Heuvel
De boerderijen voor het begin van de bouw van Heuvel
Oud Heuvel de bouwplannen en de eerste buurt
Vanaf 1922 werd door de gemeente Breda samen met Teteringen, Princenhage en
Ginneken gewerkt aan een gemeenschappelijk uitbreidingsplan.
Achterliggende reden was de behoefte aan nieuwe woningen, maar ook uit het
oogpunt van volksgezondheid kwam het eerste plan van de hand van Dhr. Schaap.
Dit plan werd in 1928 door de gemeenteraad goedgekeurd, maar is uiteindelijk maar
gedeeltelijk uitgevoerd.
Van Bredase kant verrees het Westeinde, met o.a. de Amstelstraat, Rijnstraat,
Amerstraat en de zogenaamde schildersbuurt rond het Oranjeboomplein.
Princenhage bouwde aan zijn kant van de gemeentegrens de Laan van Mertersem, de
Heuvelstraat met het Heuvelplantsoen en de Sint Maartenstraat. Aan de Heuvelstraat
bevinden zich nog verschillende doodlopende zijstraatjes die uitgebouwd hadden moeten
worden. Aan de Oranjeboomstraat verrees nog de kerk.
Als gevolg van gebrek aan samenwerking tussen de verschillende gemeenten is het Plan van
Dhr. Schaap niet verder uitgevoerd.
In 1943, toen het grondgebied van Heuvel definitief tot Breda behoorde, werd het
plan "Omgeving Heuvelstraat" door de gemeente ontworpen. Hierdoor kon in 1947 de bouw
van de Olivier van Noortstraat, Houtmanstraat, Willem Barendszstraat en Tasmanstraat
een aanvang nemen.
Veranderende stedenbouwkundige opvattingen
In 1948 werd dit plan weer ingetrokken vanwege veranderende stedenbouwkundige opvattingen.
Aan de ontwerpers Granpré Molière en Peutz werd in 1949 de opdracht gegeven om een nieuw
plan te ontwikkelen en het reeds gebouwde daarin aan te passen.
Granpré Molière ten westen van het reeds gebouwde en Peutz ontwierp het oostelijk gedeelte
van het Heuvelkwartier. Het "Plan Heuvel 1949" is uiteindelijk geheel gebouwd en is in 1955
gereed gekomen. |
 |
Heuvel in de vijftiger jaren
Grandpré Molière leunde met zijn plan voor het westelijk Heuvelkwartier aan tegen de
tuinstadgedachte: stad en platteland verenigd in een plan, waarbij de nadelen van beide
niet meer zouden bestaan. Eengezinshuizen in min of meer besloten woonstraten
met een beperkte bouwblokdiepte. De woonstraten en woonblokken zijn naar binnen
toe georiënteerd, de buurtdelen zijn bijna allen ingesloten door groenzones,
een brink met een boerderij, de kerk en het bejaardensteunpunt tussen de woonbebouwing,
waarbij de pleinwanden van het Mgr Nolensplein heel nadrukkelijk niet als één complex
zijn samengesteld; maar uit onderscheiden panden met verschillende baksteengevels en
goothoogten. Het karakter van dit deel
van Heuvel is bijna 'dorps'. |
 |
Luchtfoto omgeving Heuvelbrink -
Heuvelplantsoen eind 1951
Luchtfoto gebied Heuvelbrink -
Mastbosstraat eind 1951
Luchtfoto gebied Heuvelbrink - Nolensplein
augustus 1955
De opzet van Peutz
De opzet van Peutz, die het oostelijk Heuvelkwartier ontwierp, is een totaal andere.
De rechte, strakke, welhaast abstracte verkaveling is een uitdrukkingsvorm van de
moderne, georganiseerde en geïndustrialiseerde stad; het woonblok. Deze letterlijke
opeenstapeling van etagewoningen domineert de omgeving en voldoet volgens huidige
maatstaven alleen nog als 'goedkope' woonkazernes. De bijzondere gebouwen (de
voormalige kerk en gemeenschapshuis) en de school staan los van pleinen en zijn
niet het middelpunt. Zelfs door de van oudsher aanwezige Oranjeboomstraat laat
Peutz zich niet hinderen en het Dr. Struyckenplein is ingericht met het oog op
functionaliteit, doch een goede functie voor het plein is er nooit gekomen. De
toegenomen verkeersdruk is er mede debet aan dat het 'dorpse' karakter van Heuvel
meer en meer een 'stadse' is geworden.
Luchtfoto omgeving Dr Struyckenplein
zomer 1955
Stadsplattegrond Heuvel begin jaren
vijftig
Voornamelijk middenklasserwijk.
In de jaren 50 was de wijk voornamelijk een middenklassenwijk met een middenklassencultuur.
(Iedereen bemoeit zich met zichzelf. Men wil netjes zijn en niet opvallen.)
Een of twee subbuurten hadden meer een volksbuurtcultuur. (Buurtbewoners regelen
meer als groep wat kan of niet kan, binnen de buurt is men meer extrovert: b.v.
op straat gaan zitten drinken.) Kort na de oorlog waren de merendeels katholieke
gezinnen vaak zeer kinderrijk. |
 |
Heuvel In de jaren zestig, zeventig en tachtig
Er was weinig bouwactiviteit. Vermeldenswaardig is de komst van het Carillon in 1980.
In de jaren 60 kwam een uittocht op gang. Allereerst verdween een deel van de meest
kapitaalkrachtigen naar nieuwere wijken omdat er voor hun geen geschikt woningtype binnen
de wijk te krijgen was. In de jaren 70 vertrokken de kinderen naar buiten de wijk.
Een factor hierin was dat tegen die tijd het leeuwendeel van de woningen in Heuvel tot het
goedkoopste deel van de Bredase woningvoorraad behoorden terwijl de kinderen van de toenmalige
Heuvelbewoners meestal middeninkomens verdienden, zodat ze als ze naar Heuvel wilden geen
huis konden vinden. De ouders bleven gewoon in Heuvel wonen, want men was best tevreden met
de wijk. Hierdoor was er geen ruimte voor een instroom van jonge gezinnen. En midden
jaren 80 zag je nauwelijks meer groepjes kinderen op straat.
Eind jaren 80 kwamen er door sterfgevallen en verhuizing naar bejaardeninstellingen geleidelijk meer huizen vrij en kwam er
een nieuwe instroom van gezinnen op gang. Deze hadden merendeels lage inkomens en lage opleidingen. Onder deze groep zitten
relatief veel allochtonen. Van deze allochtonen is het merendeel Marokkaan. In de jaren 80 was 15% van de bevolking
van Heuvel allochtoon. Momenteel is dat zo'n 25%. |
 |
Kaart van Heuvel 1992 kort voor het begin van de stadsvernieuwing
Heuvel in de jaren negentig, de stadsvernieuwing
 |
In 1989 begon in Heuvel de stadsvernieuwing. Hier werden vanaf het begin bewoners bij
betrokken. De bewoners richtten voor overleg aangaande de stadsvernieuwing een speciale groep op: de Kerngroep
Stadsvernieuwing Heuvel.
Deze hield in samenwerking met het opbouwwerk een enquête onder een groot aantal bewoners om hun wensen te verzamelen.
Medio 1990 bracht de kerngroep hierover een rapport van 60 pagina's uit: "Heuvel in beweging". Er werden vooral
knelpunten geconstateerd op het gebied van ouderenvoorzieningen, verkeer, vervuiling en socialeveiligheid.
In diezelfde periode verschenen ook de eerste gemeentelijke plannen. Begin 1991 hield de gemeente een zeer uitgebreid
belevingsonderzoek onder de bewoners van Heuvel, dat ook allerlei waardevolle informatie opleverde. |
De ouderenvoorzieningen.
Wat betreft ouderenvoorzieningen waren vooral een tekort aan woningen voor ouderen
en het ontbreken van een voldoende groot steunpunt de knelpunten. Dus was er
aandacht voor seniorenwoningen. Dit betrof zowel opplussen van woningen, de bouw
van een complex woningen ook geschikt voor senioren "De Brede Aa" (op de plaats van
de Oranjeboomstraatkerk), en
ouderensteunpunt De Brink (op de plaats van de Agnesschool aan de Talmastraat)
Wat het verkeer betreft waren vooral de afrit van de zuidelijke rondweg naar de
Mastbosstraat (deze kruising had toen het grootste aantal ongelukken van heel
Breda) en de kruising Flierstraat-Mastbosstraat de voornaamste knelpunten.
Maar er waren ook een aantal andere kruisingen, die aandacht verdienden. Alleen
door te dreigen uit het overleg stadsvernieuwing Heuvel te stappen, kregen de
bewoners gedaan dat er geld kwam om de problemen aan te pakken. Verder was de
inzet van wethouder Koekoek belangrijk. Uiteindelijk verdween de afrit van de
Zuidelijke Rondweg, kwam er een rotonde om het verkeer vanuit Rijsbergen af te
remmen en kwamen er stoplichten aan de Flierstraat (Meer hierover).
Verder kwamen er in Heuvel op een aantal plaatsen verkeersheuvels die vaak heel
goed werk verrichten b.v. bij kruising
Heuvelbrink-W.Barendszstraat
Vervuiling
Wat betreft de aanpak van vervuiling was vooral de uit stadsvernieuwingsgelden
aangestelde buurtmeester belangrijk. Bewoners konden bij hem vervuiling melden.
Maar minstens zo belangrijk was dat hij zelf zijn ronde maakte door de wijk en contact legde
met bewoners. Daarnaast hielp hij bewoners ook met allerlei andere zaken.
Wat betreft sociale veiligheid was vooral een betere straatverlichting en het
plaatsen van hekken in brandgangen belangrijk. Vooral een inbraakgolf werd hiermee
effectief verholpen. Bij de aanleg van de hekken speelde overigens de buurtmeester
ook weer een belangrijke rol.
Enige bouwprojesten.
Vermeldenswaard zijn verder nog enige bouwprojecten van koopwoningen: op de terreinen van de melkfabriek Sint Martinus, die
gesloopt werd (melkfabriekstraat en William Boothstraat)en op het FCH terrein (nu Don Boscoplein). Belangrijke gebieden die
bleven liggen waren het Dr Struyckenplein, de Talmastraatzone en het VOS terein
Kaart van Heuvel 1999 kort voor het begin van de stedelijke vernieuwing
|