De familie Schouten, NannyStraatspelenBij het lezen van alle Heuvelverhalen waan je je weer in die tijd. Je voelt en
proeft de sfeer weer. ToltijdTol in het putje draaien, touwtje eromheen en zwiepen maar. Onvermoeibaar
gingen we verder, uren aan een stuk. Toen kwam de haktol. Je verfde hem met de
mooiste kleuren en je stopte er een punaise in. Als de tol een flinke zwieper had
gehad en stond te draaien in al zijn pracht en praal, waren er bandieten die daar
een eind aan maakten. John Dekkers was er een van. Hij mikte met zijn haktol op
de mijne en pats, raak, mijn mooie tol werd dwars doormidden gehakt. De grootste
ruzie had ik met hem, aan huilen geen gebrek. Ik kon niet op tegen John Dekkers
maar al gauw kwamen er wat broers en zusjes van mij naar buiten en gevlogen was
John. Achteraf: hij was ook nog een kind, met al zijn kwajongensstreken. BuurthulpEr was een tijd dat mijn moeder vaak opgenomen werd in het ziekenhuis. Onderweg
van school naar huis was er altijd wel iemand die dan zei: "Nanny, de ziekenauto
staat bij jullie voor." Ik wist dan weer hoe laat het was. Helemaal overstuur
rende ik dan naar huis en zag ik hoe de ziekenauto wegreed met mijn moeder erin.
Ik rende dan als een gek naar vriendinnen thuis toe en ik werd altijd wel opgevangen
door hun ouders. Ik heb daar veel aan gehad als kind. Ik werd regelmatig opgevangen
door de familie Van der Bom en door de familie Den Ridder op de Heuvelbrink en ook
door de familie Van Oosterhout op het Thorbeckeplein. BetsieMijn zus Engelien schreef het al, over Betsie Poep. Ja, wat waren we bang, maar
wel zo bang dat we het zelf uitlokten dat ze achter ons aankwam. 's Nachts droomde
ik dan dat ze ons achternakwam. En in mijn droom gilde ik en riep ik om hulp maar
er kwam geen geluid uit En ik liep en liep, maar in die droom kwam ik geen stap
verder. Badend in het zweet werd ik dan wakker. Maar als we Betsie weer tegenkwamen,
lokten we haar weer uit. Nanny Schouten |