Lucy Verregghen vertelt.Ons gezin bestond uit vader, moeder en zes kinderen, drie meiden en drie jongens.
Wij woonden in de Schimmelpenninckstraat. Het huis was klein en de drie meiden
lagen bij elkaar en de jongens ook. Wij wasten ons in de grote, tinnen wasteil
in de keuken. Het feit dat we weinig ruimte hadden, deed mij eigenlijk niets. We
wisten niet beter. Straatfeesten.Een van de leukste ervaringen uit mijn jeugd was de kindervereniging Avok (alles
voor onze kinderen). Koninginnedag werd uitbundig gevierd met versierde fietsen
en straatfeesten. Ook werden er met Sint leuke dagen georganiseerd door de stichting.
Er waren regelmatig straatspelen met prijsjes of er werd een groot dekzeil op straat
geplaatst waar we onderdoor kropen. Dat vond ik best wel eng als we er massaal
onderdoor kropen. JongemeidenstrekenIk werd aardig kort gehouden thuis want ik was de jongste telg en iedereen hield
een oogje in het zeil. Toch heb ik stiekem streken uitgehaald. Mijn vriendinnetje
had sigaretten gepikt en ik zorgde voor de lucifers, die ik pakte van mijn pa. We
rookten stiekem in het park of we gingen te voet naar het Mastbos. Flirten deed
ik met de jongens uit de Gielis Beijsstraat. WeemoedIk zat ook op scouting, waar ik op mijn zeventiende jaar Paul B. leerde kennen. We kregen verkering. Het idee om samen te wonen werd afgewimpeld door de vader van Paul. Dus we kozen ervoor te trouwen op mijn tweeëntwintigste. We gingen een jaar in de Delpratsingel wonen en kregen twee kinderen. Daarna verhuisden we naar Prinsenbeek, waar we nu nog wonen. Het is prettig wonen in Prinsenbeek vanwege het landelijke karakter. Toch denk ik vaak met weemoed terug aan mijn leuke jeugd in de Heuvel. Het zijn fijne herinneringen. Interview: Janet van Heerden, februari 2008 |