Mijn eerste hengeldag bij de OranjeboombrugEen zevenjarige visserDe vis wilde niet bijten. Mijn hengel, eigenlijk mijn dobber, was sowieso niet geschikt voor het vangen van de kleine visjes die ik, al turend in het water, als donkere schimmen waarnam. Hadden ze geen zin in het deeg dat ik van water en brood had gekneed? Ik gaf me niet zomaar gewonnen. Per slot van rekening had ik maar net voor drie kwartjes, met toestemming van mijn moeder, van mijn zakgeld de hengel, lijn, dobber en haak van een schoolgenoot gekocht. Ik deed mijn schoenen uit, stapte in het water van de rivier en besloot de visjes wat directer te benaderen. De hengel bleef op de kant, de dobber verving de hengel en het deeg aan de haak had ik alleen nodig om de visjes te verleiden hun bek open te doen. De stroming spoelde deeg en haak naar binnen en hebbes. Ik ving vis. Zo ging het ene na het andere visje in mijn emmer met water. Geen moment dacht ik eraan wat ik eigenlijk met die tien centimeter grote visjes moest. Mijn activiteit trok uiteraard de aandacht van een voorbijganger. Hij keek in mijn emmer en zei: "Jij gaat zeker op snoek vissen. "Ik had geen idee waar hij het over had maar antwoordde opportuun resoluut: "Ja." De toeschouwer vervolgde zijn weg en ik hoefde alleen nog maar uit te zoeken wat de man eigenlijk bedoelde. Kansloze vissenEen beginnende regenbui bracht uitkomst want andere vissers kwamen voorbij om
een schuilplaats te zoeken. En ik er achteraan, met hengel en emmer met visjes.
Aan de andere kant van het water was wat struikgewas en terwijl we erheen liepen,
vroeg ik hoe ik op snoek moest vissen. De visser, een oudere jongen, bleek bereid
het mij uit te leggen en deed het gelijk voor. Je neemt een visje uit de emmer,
doet hem aan de haak, gooit hem terug in het water en wacht totdat de snoek, een
grote roofvis, hem pakt. En omdat het op dat moment begon te hozen, stak hij de
hengel vast in de waterkant en ging samen met mij schuilen. Jan Pellegrino, juni 2009 |