Door: Jan Schouten
Het prille begin
We spreken voorjaar 1958 wanneer kapelaan Huijsmans zijn nog zeer jonge parochie sterk ziet uitdijen. Het Heuvelkwartier is gezegend met een grote kinderschaar en het katholicisme is op zijn top. Deze zeer betrokken kapelaan zag al vroegtijdig in dat er voor de jeugd weinig of geen ontspanningsmogelijkheden waren. Hier moest wat aan gedaan worden, anders zouden de kinderen (vooral de jongens) voor galg en rad opgroeien en dat was niet de bedoeling.
Kapelaan Huijsmans introduceerde aan de uit Bergen op Zoom afkomstige gemeenteambtenaar Frits Huijsmans (Laan van Mertersem) een plan om een drumband op te richten. Het toeval wil dat beide heren dezelfde achternaam hadden. Ze waren echter niet aan elkaar verwant. Frits was werkzaam bij de gemeente Breda en al min of meer een bekend gezicht binnen de parochie. Hij was meteen laaiend enthousiast en samen hebben zij toen het plan van de kapelaan verder uitgewerkt. Frits zou voorzitter worden en de kapelaan zou, indien daartoe aanleiding was, geestelijke bijstand verlenen.
Aan het bestuur werden vervolgens de volgende personen toegevoegd:
Gerrit van de Heuvel (Laan van Mertersem), penningmeester, frezer bij machinefabriek Bierens te Tilburg;
Wim Verstrepen (Planciusplein), instructeur. Wim was politieagent en solotamboer bij het muziekkorps van de gemeentepolitie Breda, tevens instructeur bij de harmonie der PTT;
Cees de Graaf (Dr. Ariënsplein), bestuurslid, fabrieksarbeider bij de toenmalige HKI;
Geert Graumans (Laan van Mertersem), bestuurslid, uitvoerder bij Albouw Breda;
Piet de Gussum (Groen van Prinstererstraat), bestuurslid, fabrieksarbeider bij Schurink;
Frans van der Lauw (Heuvelplein), bestuurslid, monteur bij de BBA.
Deze club van zeven enthousiaste mannen ging in zijn vrije tijd aan de slag om de drumband gestalte te geven. Van de Heuvel, De Graaf en De Gussum haalden de contributie op en Verstrepen zorgde voor de muziek en exercitie. Het ledenaantal groeide razendsnel, waardoor reeds in februari van het volgende jaar vijftig namen op de wachtlijst prijkten. Bij ons op het Burgerhof alleen al hadden zich vijf jongens aangemeld: John Simjouw (huisnr. 1), Kees Santbergen (nr. 11), Appie van Nijnatten (nr. 15), John Dor (nr. 17) en ondergetekende (nr. 8).
Vervolgens diende de vraag zich aan waar de drumband in wording met circa veertig jongens kon oefenen en met welk materiaal. Tenslotte was de verenigingskas maar amper gevuld en instrumenten waren duur. Het verlossende antwoord kwam van de gastvrije familie De Both uit de Oranjeboomstraat. Zij waren zo genereus om hun garage tijdelijk als oefenruimte ter beschikking te stellen.
Links-fla-da-do-links-rechts
Als voorloper van de trommels had men een aantal vierkante plankjes gezaagd en daarop een stuk binnenband van een auto gespijkerd. Het klonk voor geen meter maar wie maalde daarom. We waren in ieder geval aan de gang en van de straat. Verstrepen was over onze vorderingen goed te spreken en degene die het heel goed deed, mocht even op de echte marstrommel van Verstrepen spelen.
In de Oranjeboomstraat hebben we niet erg lang gerepeteerd want al vrij snel konden we uitwijken naar een houten keet bij de speeltuin in de Talmastraat. De Keet was een zogenaamd 'multifunctioneel gebouw', dat door een vrouwenclub, figuurzaagclub, scouting en een wandelclub gebruikt werd.
Toen er voldoende geld was, werden er 8 dieptetrommen, 24 marstrommels, 2 pauken, een grote trom en uiteraard voldoende trommelstokken aangeschaft. De exercities werden gehouden op het voetbalveld naast de speeltuin aan de Talmastraat. Hier hadden we voldoende ruimte om bochten te lopen, de rijen recht te houden, counteren en vooral te oefenen op eenheid en uitstraling. Later volgden ingewikkelde patronen zoals spiralen en Amerikaans counteren.
Aankleding
Ondertussen zaten de overige bestuursleden niet stil. Uiteraard was het de bedoeling dat de drumband naar buiten zou treden en dus moesten er uniformen, echte instrumenten, een vaandel en een maîtrestok worden aangeschaft. Traditioneel was het kostenplaatje het hete hangijzer. Om de nodige gelden bijeen te sprokkelen, hebben de inwoners van de Heuvel zich van hun beste kant laten zien. Teneinde de kosten zoveel mogelijk te drukken, vond de echtgenote van Gerrit van de Heuvel zich geroepen om persoonlijk naald en draad ter hand te nemen. Namens alle ex-drummers wil ik haar hiervoor alsnog hartelijk bedanken. Bij haar thuis werd bij iedereen de maat genomen. De broekjes werden door de heer Meijvis geleverd. Uiteindelijk waren de uniformen gereed: pet met witte nylon pluim, korte grijze broek, wit overhemd, blauwe das en een blauwgrijs vest voor tijdens de winterdagen. Al was het dan geen showuniform, het geheel harmonieerde keurig met de fraaie, blauwgele vlag. Dit vaandel was door de zus van Verstrepen prachtig geborduurd en op de top prijkte een door De Gussum ontworpen en zelfgemaakt ornament voorstellende een muzieksleutel met bazuin.
Al deze voorbereidingen hadden de bestuursleden slapeloze nachten bezorgd. Bovendien hadden ze een deadline gesteld. In augustus 1959 moest de drumband voor de eerste keer voor een officiële mars door het Heuvelkwartier in het geweer komen. Toen de drumband trots als een aap door de wijk marcheerde, zal het bestuur een zucht van verlichting hebben geslaakt. Op 5 september 1959 werd de jeugddrumband officieel opgericht.
Hieronder zien we de complete band voor de kerk op 5 mei 1960. Op de achtergrond zien we v.l.n.r. Gerrit van de Heuvel, Cees de Graaf, Wim Verstrepen, Piet de Gussum en kapelaan Huijsmans.
 1960 Kerkplein
Uitbreiding
Inmiddels liep het bestuur met uitbreidingsplannen rond. Het zou toch prachtig
zijn indien er aan de band een groep bazuinblazers kon worden toegevoegd. Je werd
niet zomaar bazuinblazer. Het schijnt dat de vorm van je lippen en stand van je
voortanden bepalend zijn. Met een chique woord noemt men dit embouchure. Men begon
met ledenwerving en kort daarna hadden we er acht bazuinblazers bij. De eerste
weken kregen de blazers afzonderlijk les. Toen ze al wat meer geoefend waren,
repeteerden we gezamenlijk. We leerden marsen voor alleen de trommellaars en marsen
die we met zijn allen speelden. De tambour-maître zorgde dat dit om en om gebeurde,
anders hielden de blazers geen lippen meer over.
De drumband rukte voor diverse gelegenheden uit. Zoals met carnaval, Koninginnedag,
Heuvelfestiviteiten en vaak werden we gevraagd om een serenade te geven bij
trouwpartijen en jubilea.
Boem!!
Als het te koud was, mochten we in een busgarage van Van de Wijngaard (West-Brabant-Expres)
in de Dreef repeteren. Ook werden we wel eens baldadig en te enthousiast. In een
grote, lege ruimte zoals die garage maakte de drumband een hels kabaal. Wij deden
daar dan een extra schepje bovenop. Ik kan me nog goed herinneren dat degene die
de grote trom voor zijn buik droeg, zó hard sloeg dat het trommelvel helemaal aan
flarden werd geslagen. De leiding gaf hem een behoorlijk standje. Hij voelde zich
beledigd, zette zijn trom neer en liep de garage uit. De deur sloeg met een dreun
dicht. We hebben hem daarna niet meer gezien. Zeker weten doe ik het niet maar
volgens mij was die jongen Koos van Loon.
Concurrentie
Verstrepen had connecties binnen de drumband- en harmoniewereld. Zodoende kon
hij voor nieuwe marsmuziek zorgen en ons aan bepaalde concoursen laten meedoen.
Breda had rond 1960 in praktisch ieder stadsdeel wel een drumband gehuisvest.
Zomaar een greep: Ginneken had Bredania, Tuinzicht Rozenkransschool, het centrum
had de Halstraat, Princenhage Fier en het Liniekwartier drumband Liniekwartier
(matroosjes). Daarnaast kenden we nog Were-Di, Bredase Drummerboys, Jongens Garde
en Laurensdrummers. Onder de drumbands heerste een gezonde rivaliteit. We troffen
elkaar dan ook vaak bij diverse concoursen en evenementen in de stad. Hoewel onze
drumband van een behoorlijk niveau was, konden we nooit opboksen tegen de drumbands
die op haast militaristische wijze geleid werden door de beroepsmilitair Joop van
Ommeren. Hiermee wil ik geenszins afbreuk doen aan de kundigheid en inzet van onze
instructeur. Ook de gemiddeld hogere leeftijd van die bandleden speelde een zeer
belangrijke rol.
In de zomer van 1964 publiceert De Stem een interview met ons bestuurslid Graumans
in verband met het komende eerste lustrumfeest van de band. De volgende uitspraak
van hem is in dit kader typerend: "Wij zijn nog maar een straatmus vergeleken bij
de andere Bredase drumbands, maar we zullen proberen om er een roodborstje van te
maken."
Hoge gasten
De optredens bleven niet alleen beperkt tot Breda en naaste omgeving. Ook buiten
onze landsgrenzen werd onze band warm onthaald. Zo werden we een keer tijdens
stadsfeesten in Blankenberge verwacht. Onze bus had onderweg nogal wat vertraging
opgelopen en het zag ernaar uit dat we niet meer op tijd zouden arriveren. Volgens
het stadsbestuur moest dat geen probleem zijn. Men stuurde ons enkele motoragenten
(zwaantjes) tegemoet en met loeiende sirenes werden we als een speer naar het
centrum van Blankenberge geëscorteerd.
Feest
De jaarlijkse bierfeesten te Wieze (België) waren ook prachtige evenementen om
ons daar te laten zien. Na de optocht en enkele serenades kregen we een paar
uurtjes voor onszelf. De Tirolermuziek die uit de grote bierhal galmde, lokte ons
hiernaartoe. In een bierland als België is het niet ongewoon dat men op zeer jeugdige
leeftijd dit kostelijke vocht mag drinken. Door de gastvrije, plaatselijke bevolking
werden we rijkelijk op bier getrakteerd. En zeker de wat ouderen onder ons lieten
het niet bij een glas, of liever gezegd een pul, met een inhoud van een liter.
Aan dit drankfestijn kwam snel een einde toen een van de bestuursleden hier kennis
van kreeg.
In St. Omer (Frankrijk) waren de rollen echter helemaal omgekeerd. Ook in dit
Noord-Franse stadje was het feest. Voor welke gelegenheid we hiernaartoe waren
afgereisd, is mij niet bekend. In ieder geval namen we deel aan een optocht. De
zeer lange straten waren aan beide kanten bezaaid met cafés. Voor de deur van
haast iedere kroeg werd halt gehouden en een serenade gegeven. De trommels werden
afgekoppeld en we kregen een glaasje fris en het bestuur werd uitgenodigd om binnen
een 'versnapering' te nuttigen. U ziet de bui al hangen. Op het eind van de middag
had een aantal bestuursleden zijn zakken aardig vol.
Pluktijd
Het viel voor het bestuur niet altijd mee om een grote groep opgroeiende pubers
in het gelid te houden. Dit blijkt onder andere uit het volgende voorval. In Veen,
een dorpje in het Land van Heusden en Altena, werden we verwacht om aan een concours
deel te nemen. En zoals gebruikelijk kregen we na het formele optreden een vrij
besteedbaar uurtje. Even buiten het dorp hing een kartonnen bord aan de rand van
een boomgaard met de tekst "Plukkers gevraagd". Een groot deel van de drumband
vatte deze uitnodiging al te letterlijk op en binnen no time was de hele groep met
hun mooie uniformen in de fruitbomen geklommen en deed men zich tegoed aan het
overheerlijke, rijpe fruit. De eigenaar van de boomgaard stelde het bestuur
verantwoordelijk voor de ontstane schade. Op de terugweg was het in de bus muisstil.
Stuurfoutje?
Op een mooie, zomerse dag ging de reis naar het pittoreske Valkenburg. Dit
Limburgse stadje werd vroeger ook al massaal door toeristen bezocht. Van der Lauw,
die beroepsmatig nieuwe of gereviseerde BBA-bussen moest inrijden, had zijn werkgever
bereid gevonden om een van die nieuwe bussen voor deze gelegenheid in te zetten.
Zodoende werd die meteen ingereden.
Valkenburg en directe omgeving waren afgeladen met geparkeerde auto's en die bezoekers
wilden allemaal op hetzelfde moment naar huis. Chaos en verhitte koppen alom. Er
was geen doorkomen aan. Het verlossende woord kwam van een vriendelijke inwoner
van Valkenburg, die een kortere route wist, die ons direct naar een van de uitvalswegen
leidde. Deze weg bleek een zogenaamde holle weg te zijn. Aan beide kanten een hoge
akker, hiervoor knotwilgen met een sloot. De vette lössgrond was spekglad. Bijgevolg
gleed de bus over de volle lengte in de sloot en werden er door de knotwilgen
diverse ruiten uit de sponning naar binnen gedrukt. Uiteindelijk kwam de bus
krakend en zwaar beschadigd tot stilstand. In de bus ontstond onder de geschrokken
leiding verwarring en lichte paniek. Na een snelle controle door de bus bleek dat
een van de drummers een ruit op zijn hoofd had gekregen en er inmiddels een flinke
bult op zijn voorhoofd groeide. Voor de rest waren er geen gewonden. Nadat iedereen
was uitgestapt, werd de ramp duidelijk. De bus lag onder een hoek van wel veertig
graden tot aan zijn assen in de modder en iedereen begreep dat de bus onmogelijk
op eigen kracht uit zijn benarde positie kon ontkomen. De leiding zag dit alles
met lede ogen aan en dacht: hoe nu verder? Onze chauffeur Van der Lauw, die zich
hiervoor verantwoordelijk voelde, hield zich voornamelijk bezig met zijn positie
bij de BBA. Uiteindelijk wist een uit Duitsland gearriveerde takelwagen de bus uit
de sloot te trekken. Na een snel, technisch onderzoek bleek dat de zwaar gehavende
bus, waarin aan de rechtse kant geen ruiten meer zaten, toch op eigen kracht veilig
naar Breda kon rijden.
De drumband kwam in de kleine uurtjes in Breda aan, waar op het Nolensplein inmiddels
een grote groep verontruste ouders zich had verzameld. Hoe Van der Lauw dit aan de
BBA-directie heeft kunnen uitleggen en wat de eventuele consequenties voor hem
zijn geweest, is mij niet bekend.
Nieuwe trommels
Al snel bleek dat bij sommige trommels het vel vaak vervangen moest worden.
Dit lag niet aan de kracht van de trommelaar maar aan de constructie van de trommel.
Het was financieel niet haalbaar om nieuwe trommels te kopen. Gelukkig hadden wij
een handige vakman als bestuurslid. Op het bedrijf waar Piet de Gussum werkte, had
men een hobbyclub opgericht, waar men in zijn vrije tijd gratis gebruik van het
gereedschap kon maken. Het materiaal moest uiteraard betaald worden. De Gussum
kreeg het toch maar voor elkaar om ongeveer acht verchroomde dieptetrommen te maken.
Op onderstaande foto uit 1961 zien we de trotse drumband met de nieuwe trommels door
de Heinsiusstraat marcheren.
 1961 Heinsiusstraat
Nieuwe tijden
De sixties waren in alle hevigheid losgebarsten. Nieuwe normen en waarden, zeer
krachtige jeugdcultuur, afbrokkelende verzuiling, nozems, bromfietsen, Rolling
Stones en Beatles, hippie en mini en - niet geheel onbelangrijk- de opkomst van
massamedia, waardoor de jeugd gemakkelijk bereikbaar werd.
De jeugd kreeg andere interesses en het ledental van de drumband slonk zienderogen.
Dit verschijnsel zagen we niet alleen bij drumbands maar bij meerdere verenigingen.
Op de foto uit 1960 zagen we dat de band toen nog 43 leden had. Het bestuur deed
er alles aan om het ledental een beetje stabiel te houden. En zag ook in dat onze
uniformen aan modernisering toe waren. Dus kregen we rood vestje en muts en een
lange, grijze broek met goudgele bies. Ook de tamboer-maître kreeg een andere
outfit. Rood colbert en zwarte bontmuts. Op 5 september 1964 vierde de drumband
zijn eerste lustrum.
Op onderstaande foto loopt de band in 1964 in de Verbeetenstraat. Op de foto
tellen we circa 32 muzikanten. Dat betekent dat het aantal leden sinds 1960 met
een kwart was afgenomen. Tevens kunnen we waarnemen dat de gemiddelde leeftijd
van de jongens sterk was gedaald.
Begin 1965 werd de band nog aangevuld met 8 majorettes. Medio 1965 heb ik mijn
maîtrestok aan de nieuwe tamboer-maître overgedragen en de drumband verlaten.
Daarna is de drumband uit mijn gezichtsveld verdwenen.
 1964 Verbeetenstraat
Slot
Van de jaren hierna heb ik geen gegevens in mijn bezit. Misschien dat anderen
het vanaf hier kunnen aanvullen. Om dit verhaaltje wat meer body te geven, heb
ik enkele serieuze pogingen ondernomen oud materiaal op te sporen zoals ledenadministratie,
notulen, financiële administratie en de legio trofeeën die in de loop der jaren
werden gewonnen. Het enige nog in leven zijnde bestuurslid van het eerste uur,
de heer G. van de Heuvel (82), wist mij te vertellen dat hij in ieder geval geen
stukken meer heeft. Het enige wat hij en zijn vrouw nog van de jaren 1958-1965 in
hun bezit hadden, waren een paar krantenknipsels en hun herinneringen. Die heb ik
dan ook dankbaar in dit verhaaltje verwerkt. Langs deze weg wil ik hen hiervoor
nogmaals hartelijk bedanken. Ook broeder Gregorius (89), de latere voorzitter,
momenteel woonachtig in Huijbergen, had geen enkel tastbaar stuk meer in zijn bezit.
De Jeugddrumband Heuvelkwartier is tenslotte in 1974 opgeheven.
Jan Schouten, Teteringen, december 2008
|