Interview met Elly Abbenhuis
Even voorstellen
Mag ik mij even voorstellen. Mijn naam is Elly Abbenhuis-Van Dissel. Mijn wiegje stond 72 jaar geleden in Indonesië. Ik ben de oudste uit een gezin met 6 kinderen. Tot mijn 12de jaar verbleef ik samen met mijn broertje bij mijn oma, oom en tante omdat mijn vader als rijksambtenaar naar Atjeh werd overgeplaatst waar geen Nederlandstalige scholen waren.
In 1941 vond de gezinshereniging plaats vlak voor de Japanse inval. Mijn ouders
woonden toen in Siantar (Noord-Sumatra). Met de komst van de Japanners werden door
de Indonesiërs de 80 huizen van de Nederlanders in dat stadje leeggeroofd. Onze
trouwe bedienden hebben ons toen helpen vluchten door ons met hun kleding te
vermommen. In een naburig ziekenhuis werden we opgevangen. Dit werd ons eerste
Jappenkamp. Na 3 maanden werden alle mannen en jongens vanaf 12 jaar naar een ander
kamp gebracht. Daarna zijn wij nog in 4 andere kampen ondergebracht. Vlak voor de
Japanse capitulatie beloofden de Jappen dat ons gezin weer herenigd zou worden.
We moesten helpen graven om nieuwe barakken te bouwen. Wat later bleek dat we ons
eigen graf aan het delven waren. Gelukkig kwamen de Geallieerden ons bevrijden.
Eindelijk bevrijd! dachten we na 3 1/2 jaar. In geblindeerde treinen met matrassen
tegen de zijkant werden wij vervoerd naar Medan, de hoofdstad van Sumatra. En ja
hoor, we zaten weer in een kamp. Hier werden we bewaakt door geallieerden omdat
we door de bevolking werden belaagd. Mijn vader en broer waren door de ontberingen
in het Jappenkamp zwaar ziek. Hierdoor mochten wij in 1946 naar Nederland. We
kwamen in Noordwijk aan Zee terecht. Daarna werd aan ons een pastorie in
Oltdeholtwolde in Friesland toegewezen.
Vader moest terug
In 1948 moest pa terug naar Sumatra omdat hij nog niet pensioengerechtigd was.
Na 3 maanden volgden wij hem, op een broer na die bij de Marine diende. Na 2 jaar
keken we onze ogen uit omdat pa ons alleen kwam ophalen zonder militaire begeleiding
want de schrik zat ons nog behoorlijk in de benen na de oorlog. Wat de geallieerden
niet konden verwezenlijken hadden onze mannen voor elkaar gekregen. Zij beveiligden
de hoofdwegen, daar ontmoette ik mijn man Jan Abbenhuis.
In augustus 1950 zijn wij getrouwd en hebben ± 1 jaar bij zijn ouders in de
Plataanstraat gewoond. Met 12 personen in het huisje was het er oergezellig.
Elke week gingen we naar het badhuis in de Fellenoordstraat omdat er toen geen
baden in de huizen waren.
Na vele aanvragen voor een eigen nestje is het ons toch gelukt door de hulp van
prins Bernhard.
Verhuizen naar de Heuvel
Hier in de Heuvel kwamen wij in de Olivier van Noordstraat
te wonen in een huisje met een douche.
We waren de koning te rijk in december 1951. De Heuvel
was toen net in aanbouw en op het Dr. Struyckenplein
was een gezellig
winkelcentrum met o.a. Mia Vennings De langst bestaande winkel annex postkantoortje
is toch die van dhr. Adank, de blauwe winkel. Hij kent zijn klanten van toen nog
steeds bij naam. In '53-'54 werden de woningen aan het Dr. Ariënsplein gebouwd.
Het was liefde op het eerste gezicht. Ons huisje werd te klein toen ons 2de kindje
op komst was. Met veel geluk konden we in 1954 door een driehoeksruil op het plein
gaan wonen. In 1978 kwamen er gebreken aan de huizen aan het licht. Door alle
klachten " ontstond de werkgroep Dr. Ariënsplein. Daar de werkgroep uit mannen
bestond, die overdag moesten werken zijn Loes Bouwmeester en ik ook in deze
werkgroep beland. Het was knokken geblazen en het duurde 5 jaar eer er aan onze
eisen werd voldaan.
Werkgroep
In 1983 zijn we verder gegaan door met 8 man de werkgroep Ouderenproject op te richten.
Er woonden veel bejaarde mensen in de wijk waar nauwelijks voorzieningen voor waren
getroffen. Na 3 jaar modderen werden we geholpen door de gemeente, S.O.B., het S.C.W.,
verschillend ouderenbonden en mw. De Weert van de Ouder-Sociëteit. Wij zijn trots op de
resultaten, die er nu zijn zoals Maria-Mediatrix en Steunpunt de Brink waar het
Ouderenproject de naam aan mocht geven. Daarna de Breda Aa Oranjeboomstraat en de
Melkfabriek aan de Mastbosstraat. Niet alleen hebben wij voor de ouderen deze woningen
gerealiseerd maar ook aanpassingen aan bestaande woningen zodat de ouderen er kunnen
blijven wonen. Wij zijn er nog lang niet klaar. Zo bekijken we de straten waar zich
eventueel obstakels bevinden, oversteekplaatsen, bereikbaarheid van winkels en openbare
gebouwen. Inmiddels is de helft van de mensen van het ouderenproject weggevallen door
verhuizing e.d. Vergrijzing kunnen we niet tegen houden maar het wel vergemakkelijken
voor de volgende generatie. Hierbij slaak ik een kreet om vrijwilligers, die ons willen
bijstaan. Wij vergaderen 1 keer in de maand en worden bijgestaan door S.O.B., S.C.W. en
Wijkbelang. Verder hebben we in 1992 carnavalsvereniging Ut Euveltje mogen helpen
oprichten, 3 jaar zijn we erbij geweest. Ook denk ik aan de gezellige tijd dat ik in de
Vlieren heb mogen helpen. Met dank aan het bestuur, beheerder en medewerkers voor de
gezellige tijd, die ik daar heb gehad. Ik wil de S.C.W.-medewerkers en Buurtmeesters
niet vergeten, die altijd voor mij klaar staan. Zo heb ik vele vrienden in het
wijkgebeuren gemaakt. Dat gaf me kracht en sterkte om verder te gaan na het overlijden
van mijn man.
Elly Abbenhuis.
|