Tussen appels en peren: |
| ![]() |
Als kind ging Jan vanuit de lagere school gelijk de handel in. Helpen bij zijn
vader, die op de hoek van de Barendszstraat en de Columbusstraat onder andere een
groentewinkel heeft gehad. Na acht jaar onder vaders hoede het vak geleerd te
hebben, werd het tijd dat zoon op eigen benen ging staan. Hij was toen zeventien
jaar oud. Op het toen nog niet zo drukke Nolensplein begon Jan een eigen winkel
(onder vaders vleugels).
Dat het goed ging met de zaak, bleek wel uit het feit dat ze allerlei losse
hulpkrachten uit de Heuvel nodig hadden. Deze vier meiden moesten ook van aanpakken
houden en bijvoorbeeld vijftien kilometer met een zak aardappelen fietsen.
Jan was niet de enige succesvolle ondernemer op het plein. Kaasboer Voeten,
Mia Venning, de VG, André van Hulst, Sperwer, Vivo, Lutex, Nouwens Textiel,
Bogers, Pauwels en Van de Putten Sigaren en Schmeitz Potten & Pannen zijn namen
die vlot uit zijn mouw geschud worden.
"Je zag de mensen van winkel naar winkel gaan." Men kende alle klanten en het
Nolensplein had vanaf het begin een goede samenwerking tussen de winkels, herinnert
hij zich. De winkeliersvereniging bloeide als nooit tevoren. Regelmatig stond er
een grote feesttent, waarvoor je bij besteding van vijf gulden een consumptiebon
kon krijgen. Er liepen dan aan het eind van de avond veel dronken mensen rond en
echt niet alleen de klanten.
Jan vertelt ook over de animositeit die tussen het Nolensplein en het nieuwe
Strucykenplein bestond. Op het Strucykenplein werden veelbelovende ontwikkelingen
gestart. Dat plein moest het hart van de Heuvel worden. De Edah en De Gruyter zaten
er. Maar die ambities heeft het plein nooit kunnen waarmaken.
In de periode dat Jan nog met groenten ventte, had je sowieso meer contact met
de buurt. Iedereen wist het: vader zat in het leger, dus de familie viel op. Dus
toen er een sterfgeval in die familie was, wist je niet wat te zeggen. Dus ging
je er maar niet langs. Dat zou hij nu anders doen.
Doortastend optreden was ook nodig om de waren niet ongemerkt kwijt te raken.
Riet herinnert zich nog dat ze bij het afrekenen een klant eraan moest herinneren
dat de rookworsten in de tas toch ook afgerekend dienden te worden. Jan vertelt
over zijn tijd als jonge venter dat een vrouw altijd gepast met kwartjes betaalde.
Tot bleek dat ze stelselmatig net even te weinig had betaald. Toen hij haar daarmee
confronteerde, wist hij dat hij een klant kwijt zou zijn. Jarenlang vertrouwen
werd beschaamd. "Dat doet zeer maar je leert ervan!"